Blog

Heb je je al opgegeven voor ons lustrumsymposium op 22 november a.s.?

Tegenwicht tegen Onmacht en Onbehagen in de Samenleving

Het aantal deelnemers en deelneemsters  loopt op dit moment (begin oktober) al tegen de honderd, waaronder ook studenten, professionals die eerder cursussen hebben gevolgd, docenten van universiteiten en hogescholen en natuurlijk ook veel andragologen en kringleden. Het belooft dan ook een hele mooie dag te worden met inleiders zoals prof. dr. Danielle Zandee, dr. Gerard Donkers, drs. Nico Koning en prof. dr. Harry Kunneman.

Joseph Kessels, samen met Femke Keeren en Hanna Naus, verbonden aan de Open Bildung Academie zorgen ervoor dat we dat we ons vooral op de toekomst richten.

In de interactieve middagworkshops en lezingen worden urgente thema’s aangesneden vanuit het perspectief van verandering.

Het symposium vindt plaats in CREA op de Roeterseilandcampus – gebouw J/K
Valckenierstraat 65-67, Kamer B.63
1018 XE Amsterdam

Er zijn nog plaatsen beschikbaar maar wacht niet te lang!

Ga naar onderstaande link voor voor opgave en informatie!

www.alumni.uva.nl/andragologie

Tot ziens op 22 november a.s. !

Advertenties

Afscheid Joseph Kessels als hoogleraar aan de Universiteit Twente

Op 4 oktober jl. nam Joseph Kessels afscheid als professor aan de Universiteit Twente met een prachtige rede, waarin hij nog eens aangaf hoe zijn visie op leren en human resource development  zich ontwikkeld heeft.  Joseph omschreef zijn universitaire loopbaan als een voortdurende inzet ‘om wetenschap en praktijk bij elkaar te brengen’, altijd met één been in de academische wereld en met het andere in de buitenwereld.  Al tijdens zijn studie andragologie was – de enkele jaren geleden overleden – hoogleraar  sociale pedagogiek  Tjeerd Dibbits al een belangrijke inspirator, vooral vanwege zijn grote betrokkenheid bij het werkveld en bij de mensen in het werkveld.  Joseph studeerde af op het ontwerpen van projecten en is lang bezig geweest met de vraag hoe je slimme leertrajecten ontwikkelt. Maar hij kwam ook al snel tot de conclusie dat  betrokkenheid  een sterke motor was voor deskundigheid en het ontwikkelen van echte, duurzame bekwaamheden. ‘Affectieve elementen zijn uiteindelijk doorslaggevend’. Joseph’s  promotor, oud-professor Tjeerd Plomp van de universiteit Twente, aanwezig tijdens het afscheid,  memoreerde dat hij in 1985 al concludeerde dat Josephs dissertatie een voorbeeld was hoe je mensen ‘anders kunt laten leren’.

Dat ‘anders leren’ rust op drie sterke pijlers:

  • Sterke behoefte om bekwaam te worden (wie ben je, wat wil je, waar ben je goed in?)
  • Sterkte behoefte aan autonomie en zelfsturing in het primaire leerproces
  • Behoefte aan verbinding

‘Geef het individu invloed op de inrichting en vormgeving van het eigen leertraject en schaf de uniforme toetsing af.’ Gelukkig ziet Joseph die tendens al: De UvA en de VU werken bijvoorbeeld samen met de Bildung Academie waarin ze een aanvulling op het universitaire onderwijs bieden. In Twente is filosofie belangrijk en is er veel aandacht voor bestuursfuncties en activiteiten buiten de studie.

Formeel is Joseph nu met emeritaat, maar eigenlijk verandert er niet veel. Hij blijft zich bezighouden met het ontwerpen van leertrajecten en blijft betrokken bij verschillende projecten.

Truus Ophuysen

joseph 2

 

Lang leve Kurt Lewin! Commentaar Ton Notten (1946, andragoloog)

Dr Ben Tiggelaar (1969. ‘Communicatiewetenschappen’, UvA) wees er op 9 juni 2017 in zijn NRC-column op dat de kernboodschap van de veranderkunde, het koelkast-trio unfreezing-moving-freezing, door enkelen van zijn leerlingen/promovendi zoals Ronald Lippitt werd toegeschreven aan de fameuze Duitser/Amerikaan en Gestalt- of sociaalpsycholoog Kurt Lewin (1890-1947).
Zij zouden daarmee, aldus Tiggelaar, nòg meer gewicht willen geven aan hun vak. Ze voegden er zelfs nog minstens twee stapjes aan toe. Lewin zélf zou er volgens Tiggelaar nooit over gepubliceerd hebben. Ik zie aanleiding genoeg om daar ook grondig naar te kijken.

Volgens mij is er geen sprake van een mythe. Kurt Lewin schreef zelf heus wél over die drieslag, in een artikel ‘Frontiers in Group Dynamics’ dat in zijn sterfjaar 1947 verscheen in Human Relations, 1, p. 5-41 (en in memorials en enige herdrukken). Het is een sober relativerend groepspsychologisch artikel, en zeker geen stappenplan voor communicatiologen:

“A change toward a higher level of group performance is frequently short-lived; after a ‘shot in the arm’, group life soon returns to the previous level. This indicates that it does not suffice to define the objective of planned change in group performance as the reaching of a different level. Permanence in the new level, or permanence for a desired period, should be included in the objective. A successful change includes, therefore, three aspects: unfreezing (if necessary) the present level, moving to the new level, and freezing group life on  the new level” (p. 34).

Het trio relativeert al te stramme verwachtingen van sociale interventiedeskundigen. De drie aspecten kunnen wat hebben van watergolfjes. Heen en weerom. In een website over dit artikel van Lewin valt te lezen:

“Since Lewin’s death, Unfreeze-change-refreeze has sometimes been applied more rigidly than he intended, for example through discarding an old structure, setting up a new one, and then fixing this into place. Such an inflexible course of action fits badly with more modern perspectives on change as a continuous and flowing process of evolution, and Lewin’s change model is now often criticised for its linearity, especially from the perspective of more recent research on nonlinear, chaotic systems and complexity theory. The model was, however, process-oriented originally, and Lewin himself viewed change as a continuing process, recognising that extremely complex forces are at work in group and organisational dynamics.”

(Zie https://mbsportal.bl.uk/taster/subjareas/busmanhist/mgmtthinkers/lewin.aspx)

 

Als Ben Tiggelaar bedoelde dat Kurt Lewin beter kon relativeren en grimlachen dan zijn leerlingen dan heeft hij wel gelijk. Als lezer van de NRC geniet ik echter veel meer van Japke-d. Bouma die een scherp oog heeft voor de vrolijke uitleg die men op kantoor kan geven van de gedragspsychologie van en vooral nà Lewin. Op 27 juni noteerde ze, onder de titel ‘Je hebt helemaal niets aan inspirerende managementquotes’:

“Eén van de grote voordelen van werken op kantoor, is dat alles daarbuiten meevalt. Ik bedoel: als je de hele week laaghangend fruit moet plukken, het beste uit jezelf moet halen, moet leren van je learnings, je problemen moet ‘omdenken’ én zelfsturende teams, staand vergaderen, vouwfietsen in de treinspits, agile werken, scrummen en je flexplek hebt overleefd, dan schrik je nergens meer van.

Maar het kan altijd erger. Daar kwam ik vorige week weer eens achter, toen ik de ergste quotes op kantoor voor jullie op een rijtje had gezet en dacht er wel mee klaar te zijn. Sterker nog, helemaal klaar, want dit is mijn laatste stukje voor de zomer. Hoera! Denk jullie eens in: even twee maanden geen punten op de horizon, geen customer journeys, niemand centraal hoeven stellen, niet meer hoeven brainstormen, geen meetings meer hoeven inschieten en geen ‘storytelling’ aan je hoofd. Heerlijk.”

Ik koester nog altijd het plan om, na ruim veertig jaar pendelen tussen vier hogescholen en universiteiten, een boekje te schrijven over ‘de sociologie van de zachte sabotage’. Japke-d. Bouma kruipt me voor. Vooral Warren G. Bennis, Kenneth D. Benne en Robert Chin, editors van The Planning of Change, vele edities vanaf 1961, hebben het oorspronkelijke denkwerk van hun leermeester verschoolmeesterd, erger: verpowerpointed. In minder sterke mate geldt dat voor Ronald Lippitt, Jeanne Watson en Bruce Westley, die hun boek The Dynamics of Planned Change. A Comparative Study of Principles and Techniques (New York etc.: Harcourt, Brace and World Inc., 1958) aan Kurt Lewin opdroegen.

Tot zover mijn kanttekening bij Tiggelaars zgn. ‘ontmaskering’ van de Lewin-volgelingen. In Nederland brachten Ten Have (vanaf 1960), Van Beugen (vanaf 1968) en Van Gent (1973) het werk van Bennis c.s. redelijk in verband met dat van de groepspsycholoog Kurt Lewin. De exposés van dit drietal werden standaardonderdelen van het propedeuse- en kandidaatsonderwijs van de Amsterdamse opleiding andragologie. De meest stevige sociaal-technologische uitleg van het werk van Lewin en vooral diens opvolgers bood Marinus van Beugen. Dit drietal kreeg stevige aandacht in mijn eerste studiejaar, 1969-1970. Ik heb ook mijn exemplaar van The Dynamics of Planned Change van LWW erop nageslagen. Toevalligerwijs rust daarin nog altijd een rondschrijven van jaargenoten d.d. ‘Woensdag 4 februari 1970’. Een stenciltje, met de vertrouwde opengeknalde o’tjes en vele onderstreepte passages, dat een ‘Voorstel m.b.t. groepstentamen en beoordeling’ lanceerde. De anonieme schrijvers eisten ‘als subjekt benaderd en beoordeeld te worden. Zo ook in onderwijssituaties’. Zij zullen (De tik- en spellingsfouten zijn letterlijk overgenomen. TN)

“de tentamens, zoals die tot heden en in de komende maanden zullen plaats vinden niet aksepteren (…) T.a.v. de komende tentamens geldt ook dat vanuit de gevestigde struktuur, die uitermate hiërarchisch gefixeerd is, de kennis overdracht eenzijdig plaatsvindt, dat deze overdracht kollektief ontvangen moet worden, terwijl men daarna het ontvangene individueel reproduceren moet. Een tentamineringsmethode, die ons gevoel van subjektieve participant in hoge mate geweld aan doet, daar wij als objekten behandeld worden / dreigen te worden (…)

Een individuele toetsing met daaraan gekoppeld een in wezen eenzijdige, autoritaire beoordeling, zoals deze in de huidige Ie jaarssituatie plaats vindt, sluit aan bij de steeds sterker wordende trend in onze maatschappij tot een toenemende individualisering, een toenemende isolering van de persoon.

Deze trend vindt plaats vanuit een economisch noodzaak tot konsumeren. Deze individualisering is in wezen maar schijn, omdat de werkelijke zelfontplooiing van het individu, in feite door de konsumptie dwang en de daaraan gekoppelde andere behoeften, b.v. met betrekking tot het universitair onderwijs, wordt tegengegaan. Naast deze bezwaren zijn er nog talloze andere argumenten te noemen, die een keuze voor het samenwerkingsprinsipe i.p.v. een konkurrentieprincipe, een keuze voor zelf- en medeverantwoordelijkheid i.p.v. eenzijdige, autoritaire verantwoordelijkheid rechtvaardigen (…)

Het groepstentamen/beoordeling/evaluatie komt o.a. tegemoet aan het zichzelf moeten kunnen trainen in “als persoon adekwaat kunnen functioneren in sociale situaties”. Het biedt de student de mogelijkheid door aktieve participatie (Zie Nota dr. R.R. Gras Utrecht 1968. Is de radenuniversiteit mogelijk? Gefixeerde hiërarchie doorbroken.) zijn zelfwerkzaamheid en zelfverantwoordelijkheid en intrinsieke motivatie te vergroten. Het groepstentamen zal de passieve houding, het pure kennis konsumeren, zoals tot nu toe het geval, dienen te doorbreken. Zij zal het kreatieve, kritische aspekt kunnen stimuleren. Zij zal zelfvormend kunnen werken (…)

Naast dit voorgestelde groepstentamen zou ook de mogelijkheid  tot het afleggen van een individueel tentamen voor hen die hier nog de voorkeur aan geven moeten blijven bestaan”.

Wat zou Kurt Lewin van zo’n tekst hebben genoten! Hij zou de boel degelijk en grondig ontvlochten hebben. Ik neig ertoe om hem niet alleen te zien als ‘Gestalt-psycholoog’ (de mens neemt geen losse elementen waar, maar hij groepeert ze tot een samenhangend geheel) maar ook als een  voortrekker van de ‘veldtheorie’ (die de analogie verdedigt tussen sociale druk en fysieke krachten; zie boven in het citaat uit zijn artikel ‘the shot in the arm’). Individuen zijn onderhevig aan zowel de innerlijke drang (hun wensen en verwachtingen) als aan de druk die de omgeving op die drang uitoefent (de wensen en verwachtingen van anderen). Zo valt Lewin  te beschouwen als een pionier op grensregio’s van de psychologie, de sociale psychologie en, vanwege zijn interesse voor het fenomeen ‘sociale druk’, ook voor de sociologie. Lewin kan men niet reduceren tot de voorloper van drie-, vier- of meerfasige change management-projecten, en van de quasi-wetenschappelijke uitvergroting van de bureaugekte die Japke-d. Bouma zo smakelijk afwijst.

En in die zin heeft Ben Tiggelaar gelijk. De vraag is natuurlijk of Kurt Lewin zijn analyses zou willen en kunnen oprekken tot unfreezing-moving-(re)freezing-episodes van zo’n tien tot veertig jaar Amsterdamse andragologie. Vijf episodes. Professor Ten Have ging zich terugtrekken, zijn ontslag ging in op 1 januari 1971, hij overleed in 1975 – het jaar waarin zijn opvolger Arjo Nijk na vijf jaar alweer opstapte; Nijk ging onder andere nog zijn Mythe van de zelfontplooiing schrijven (1978). Met koninklijke goedkeuring heeft de zelfstandige wetenschap der andragogie slechts 15 jaar bestaan (1970-1985). De neoliberale concurrentie- en consumptiemaatschappij waarop mijn eerstejaars-genoten attendeerden liet nog even op zich wachten, al hadden zij toen al stellig de dubbele bodems door in de gaten van het individualisme en van die participatiesamenleving.

Maar voorzag de protestgeneratie van de sixties de (dis)continuïteiten van de attitudes en het gedrag van hun pragmatisch het geformatteerde Engelstalige onderwijs consumerende (klein)kinderen, aan de ‘universiteit van de leegte’, die volgens Martin Sommer, politiek commentator van de Volkskrant, ‘onzekerheid maskeert met stoere wetenschap’ (24 juni 2017, 5)? Het jonge volk dat na een zzp-bruggetje excellente toekomstkansen krijgt en/of grijpt, precies op tijd met enige steun van de (groot)ouders in Amsterdam een veel te dure woning (investeringsobject!) koopt – voorzag die protestgeneratie dat, ’n jaar of wat geleden? Nee, waarschijnlijk niet. Kurt Lewin evenmin, maar een uitleg en een verklaring langs die drie watergolvende episodes zou hij wel geboden hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cor van Dijkum’s reactie op ‘Het Fake-argument van de veranderkunde’

Aardig dat Ben Tiggelaar als modern veranderkundige zich oriënteert op wat hij noemt de vader van de veranderkunde: Kurt Lewin. Maar het is jammer dat hij zich wat te veel laat meeslepen door een artikel van Stephen Cummings en collega’s (2016). Die stellen dat in Lewins werk nergens de aan hem toegeschreven drie stappen in een veranderingsproces unfreeze, change, freeze is terug te vinden.

Het pleit niet voor het academisch speurwerk van Ben Tiggelaar dat hij dit niet zelf controleert.  Immers in het na Lewin’s dood in 1947 uitgegeven werk “Frontiers in group Dynamics” zijn deze stappen duidelijk terug te vinden. Ik lees op bladzijde 34 van dat artikel “Changing as Three Steps: Unfreezing, Moving, and Freezing of Group”. Vervolgens wordt dat verder uitgewerkt en geïllustreerd met aansprekende empirische voorbeelden. Wat wil je nog meer als modern veranderkundige?

Dat Stephen Cummings en collega’s in hun artikel dat niet waarderen komt wellicht doordat zij het artikel niet goed hebben gelezen. Het staat wel in hun literatuurlijst,  maar zij beweren dat Lewin alleen maar heeft geschreven over unfreezing. Lewin is assumed to have given us unfreeze-change-refreeze, which is only 33 percent right (he only wrote unfreeze) (Cummings c.s., blz. 39). Onjuist als je het artikel wel goed leest. Tenzij je ‘moving’ niet wilt gelijk stellen aan ‘change’. Dan hebben zij alleen maar voor 33 procent gelijk.

Waar Cummings en collega’s een punt hebben is dat navolgers van Lewin de ideeën van Lewin nogal mechanistisch hebben opgevat. Alsof het bij mensen, groepen en organisaties gaat om voorwerpen die je kunt manipuleren. In de Andragologie werd dat o.a. door Nijk (1972) bekritiseerd als een technologische opvatting van verandering, met als doel beheersing in plaats van emancipatie. A la Foucault geven Cummings en collega’s voor deze technocratische wending een treffende maatschappelijke verklaring.

Met deze mechanistische  opvatting raken wel de verbazingwekkend moderne ideeën van Lewin over de dynamiek van veranderingsprocessen op de achtergrond. Lewin stelde keer op keer dat veranderingen niet permanent zijn. Het gaat om quasi evenwichtssituaties waarin processen en niet toestanden belangrijk zijn. Actoren en processen werken op elkaar in via circulaire feedback.

Wat het laatste betreft verwees hij naar de systeemtheorie.  Een prima historische aanzet tot de moderne dynamische systeemtheorie waarbij  de interactie tussen actoren en processen complex is, veranderingen nooit permanent zijn en soms onbeheersbaar en onvoorspelbaar blijken. En waarbij nieuwe concepten zoals zelfsturing, zelforganisatie en zelfregie worden ontwikkeld om met deze dynamische situaties om te gaan (zie bijvoorbeeld: Dijkum 1997). Dat zou Ben Tiggelaar als modern veranderkundige moeten aanspreken!

Verwijzingen:

Cummings, S., Bridgman, T., & Brown, K. G. (2016). Unfreezing change as three steps: Rethinking Kurt Lewin’s legacy for change management. human relations, 69(1), 33-60.

Dijkum, C. van (1997). From cybernetics to the science of complexity. Kybernetes, 26(6/7), 725-737.

Lewin, G. W. (1997). Frontiers in Group Dynamics (1947). American Psychological

Association. Op Internet gepubliceerd door Sage: http://hum.sagepub.com/content/1/1/5

Nijk A. (1972). Oratie: “Beheersing en emancipatie: kanttekeningen bij het ontwerp van een wetenschap”.

Hoezo Fake-argument?

Onderstaand artikel vanBert Tiggelaar verscheen in de NRC van zaterdag 10 juni met de – in ieder geval voor ons andragologen – behoorlijk denigrerende titel ‘het Fake-argument van de veranderkunde’. Tiggelaar meldt dat onderzoekers Lewins werk doorzochten en de beroemde drie stappen nergens aantroffen. Er werd pas voor het eerst geschreven over unfreeze, change, freeze na Lewins dood, zeggen ze.

Voorlopig lijkt het erop, dat Tiggelaar niet de moeite heeft genomen relevante literatuur te raadplegen om dit te weerleggen. Ik vind in ieder geval in mijn boekenkast het in 1958 uitgekomen boek ‘The Dynamics of Planned Change’ door Lippitt, Watson en Westley,  waarin op pagina 129 de drie beroemde fases geciteerd worden. Keurig met aanhalingstekens verwijzend naar Kurt Lewin’s laatste boek “Frontiers in group Dynamics’, verschenen in 1947. Toevallig ook het jaar waarin Kurt Lewin overleed en mogelijk de reden voor dit misverstand. Blogredacteur Ton Notten, die op de column wees, zal er zo snel mogelijk nog dieper induiken om dit raadsel op te lossen, Hij herinnert zich dat Ten Have en Bas van Gent dit rond 1970 uitlegden. Helaas heeft hij op zijn vakantieadres in Italië niet de juiste boeken bij de hand.  Ook van Bas van Gent kunnen we een reactie verwachten.  Verdere bijdragen worden op hoge prijs gesteld. Je kunt direct reageren op het blog of  mailen naar t.ophuysen@kpnmail.nl.

Het fake-fundament van de veranderkunde

Ben Tiggelaar

Het zal je maar gebeuren: legendarisch worden vanwege iets wat je nooit hebt gezegd. Het overkwam Kurt Lewin, de vader van de moderne veranderkunde. Deze week was ik bezig een seminar over verandermanagement voor te bereiden. Een van de namen waar je niet omheen kunt is die van Kurt Lewin (1890-1947), een Joods-Duitse psycholoog die emigreerde naar de Verenigde Staten en daar pionierswerk deed op het gebied van groepsgedrag, leiderschap en verandering. Hij wordt gezien als de grondlegger van het denken over organisatieverandering. Drie hoogtepunten uit zijn werk, waarvan de belangrijkste recent een bizar staartje kreeg.

Lewins vergelijking : volgens Lewin is gedrag niet een kwestie van nature of nurture , maar van de interactie tussen beide. Hij stelde: B = f(P,E), behavior is a function of the person and the environment . Ons gedrag wordt bepaald door wie wij zijn én door de omgeving. Dit inzicht is nog altijd een van de grondslagen van de sociale psychologie.

Krachtenveldtheorie : menselijk gedrag wordt volgens Lewin vooral sterk gestuurd door de sociale omgeving – door de groep waar we een onderdeel van zijn. Die groep kun je zien als een krachtenveld van drijvende krachten (bijvoorbeeld de wens om te innoveren) en remmende krachten (bijvoorbeeld de angst voor verlies van werkgelegenheid). Wie menselijk gedrag wil beïnvloeden moet iets doen met die krachten, stelde Lewin. Je kunt drijvende krachten toevoegen, maar dat verhoogt meestal vooral de stress. Volgens Lewin is het slimmer om de remmende krachten te verminderen.

Veranderen in drie stappen : verreweg het meest invloedrijke idee van Lewin, een echte klassieker, is dat veranderingen in drie fasen verlopen: ontdooien, bewegen en weer bevriezen.

Unfreezing : je moet eerst de motivatie creëren om te veranderen. Bijvoorbeeld door het aanpassen van het krachtenveld.

Moving : het leren van nieuw gedrag. Mensen vinden een nieuw evenwicht tussen de drijvende en remmende krachten.

Freezing : het bestendigen van nieuw gedrag. Uiteindelijk wennen we aan het nieuwe evenwicht.

Met dit stappenplan, dat vaak ‘Changing As Three Steps’ (CATS) wordt genoemd, is iets geks aan de hand. Lewin werd er postuum wereldberoemd mee, maar heeft het nooit zo opgeschreven. Dat zeggen onderzoeker Stephen Cummings en zijn collega’s in een recente publicatie. Zij doorzochten Lewins werk en troffen de beroemde drie stappen nergens aan. Er werd pas voor het eerst geschreven over unfreeze, change, freeze na Lewins dood.

Vooral door Ronald Lippitt, een van de promovendi van Lewin. Lippitt schreef in 1958 samen met collega’s een bestseller over verandermanagement: The Dynamics of Planned Change . Daarin presenteerde hij een eigen aanpak in zeven stappen, dat naar zijn zeggen was gebaseerd op het driestappenmodel van zijn leermeester Lewin. Waarschijnlijk deed Lippitt dit om zijn verandermodel geloofwaardiger te maken.

Grappig. Anno 2017 wordt het model van Lewin, of eigenlijk de mythe van Lippitt, breed aanvaard als het academisch fundament van het vakgebied verandermanagement. Ik vrees dat Cummings nieuwe ontdekking daar niets aan zal veranderen. Lewin had dit vast een interessant sociaal fenomeen gevonden.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist. Hij schrijft elke week over management en leiderschap.

 

Zet alvast in je agenda!

De Kring Andragologie organiseert ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Kring een Lustrum Symposium in het CREA gebouw op de Roeterseilandcampus in Amsterdam.

Eerder werd op dit blog als datum 24 november genoemd, maar de definitieve datum is nu echt woensdag 22 november a.s.. Het belooft een spannend programma te worden, waarin we vooral vooruitkijken, met in de ochtend inspirerende inleidingen over de actualiteit van de andragologie, ruimte voor discussie en een middagprogramma met interactieve workshops en lezingen. Maar liefst twee conferenciers zullen voor een kritische en vrolijke noot zorgen.

Je wordt de komende maanden op dit blog regelmatig bijgepraat over het programma!

Ter inleiding

Deze maart ’17 aflevering van het blog gaat nu eens niet over verkiezingen of over Donald Trump. Dat is een hele geruststelling. Henk Michielse, met zijn grote belangstelling en kennis van  de geschiedenis van andragogische voorzieningen schreef een artikel over de Bijstandswet van Klompé. Het was een  belangrijk keerpunt in de Nederlandse sociale geschiedenis. Ed Huijg dook in z’n eigen geschiedenis met een persoonlijke terugblik op andragologie studie en werk en maakt kanttekeningen bij de groeiende ongelijkheid in de samenleving. Vaste columnist Ton Notten schreef – in zijn altijd ironische stijl – een column waarin vier ervaringen met ‘hulpverlening’ resulteren in de conclusie dat hulpverlening ‘contextgevoelig’ is. Er ligt een groter artikel van Ton in het verschiet over populisme.

Zes jaar geleden schreef de Rotterdamse socioloog Willem Schinkel voor het tijdschrift Metropolis M een verhandeling over de verhouding van publieke cultuur, de elite en het populisme onder de titel ‘Realpopulisme: de politisering van de cultuur in Nederland’. Een tekst met een andragologische inslag! Metropolis heeft recent gevraagd om het artikel vooral te delen.  Ga ook naar http://www.metropolism.com/nl/about/

Verbazingwekkend genoeg, heeft de tekst niets aan actualiteit ingeleverd, in tegendeel: lees het op dit blog!  Alle eerder op andragologienublog gepubliceerde artikelen blijven de moeite waard om te lezen.

Het blog is van ons allemaal en het blijft onder ons. Wil je zelf een artikel, bericht of column schrijven of een tekst delen die je interessant vindt, mail dan naar t.ophuysen@kpnmail.nl .

En dan nog dit!

In November a.s. vieren we het tienjarig bestaan van de Kring Andragologie. Help mee het programma te realiseren door suggesties te doen voor activiteiten, inleiders en/of verantwoordelijkheid te nemen voor een programmaonderdeel. Zie de eerder  gepubliceerde aankondiging.

Truus Ophuysen, ook  namens mederedacteuren Ton Notten en Gerrit Kappert